Onderwijs- en Examenreglement, Artikel 13


  1. Bij geconstateerde fraude bij een schriftelijk tentamen volgt altijd de uitsluiting van de student voor dit tentamen bij deze gelegenheid.
  2. a) Bij het vermoeden van fraude terzake van een werkstuk of scriptie roept de verantwoordelijke docent de student bij zich en geeft hem gelegenheid zich te verantwoorden. b) Wanneer dit vermoeden bewaarheid wordt of wanneer er na dit onderhoud twijfel blijft bestaan over de toedracht licht de docent in kwestie de examencommissie schriftelijk in over het gebeurde. De examencommissie neemt in beide gevallen de behandeling over. c) De examencommissie hoort de student over de toedracht van de zaak. d) Bij gebleken fraude terzake van een scriptie of werkstuk zal in ieder geval een nieuwe opdracht verstrekt worden.
  3. Bij gebleken fraude kan de examencommissie de student het recht ontzeggen één of meer door de examencommissie aan te wijzen tentamens of examens aan de instelling af te leggen gedurende een termijn van ten hoogste één jaar.